Kennis en onderzoek Nationaal Kenniscentrum Faunabeheer

Het NKF ontwikkelt, bundelt en deelt kennis over faunabeheer.

1. Inleiding

Natuurherstel, biodiversiteit en conflicten tussen mens en dier vragen steeds meer aandacht in het maatschappelijk debat. Daarom is betrouwbare en objectieve kennis over faunabeheer belangrijker dan ooit. 

Het Nationaal Kenniscentrum Faunabeheer1 (NKF) staat midden in deze realiteit. Om die kennis te verzamelen, te duiden en breed beschikbaar te stellen, werkt het kenniscentrum samen met overheden, maatschappelijke organisaties, wetenschappers, terreinbeheerders, landbouworganisaties, faunabeheerders, en
andere stakeholders.

Faunabeheer raakt aan tal van maatschappelijke en ecologische thema’s;

  • Hoe houden we faunapopulaties gezond en in balans met hun leefomgeving
  • Hoe voorkomen we schade aan landbouwgewassen en jonge bosaanplant?
  • Hoe beschermen we verkeersdeelnemers tegen aanrijdingen met wilde dieren?
  • En hoe zorgen we ervoor dat we de kans verminderen dat dierziekten gedragen door wilde dieren mens en vee kunnen bedreigen?

Het kenniscentrum werkt samen met een breed netwerk van partners en bouwt zo aan een stevig fundament van wetenschappelijk onderbouwde informatie. Zo zorgen we ervoor dat feiten de basis blijven voor beleid en uitvoering.

1.1. De vier kernthema’s van het NKF


Het NKF werkt op vier kernthema’s die in directe relatie staan tot urgente
maatschappelijke opgaven:

  1. Natuurherstel en biodiversiteit;
    Goed faunabeheer is geen tegenhanger van natuurbeheer – het is er een essentieel onderdeel van. Door populaties van bepaalde diersoorten in balans
    te brengen met de draagkracht van het ecosysteem, draagt faunabeheer bij aan het herstel van kwetsbare natuur en het bevorderen van soortenrijkdom.
    Het NKF levert hiervoor de kennis, modellen en monitoring die beleidsmakers en beheerders nodig hebben.
  2. Schadepreventie;
    In veel delen van Nederland leiden te hoge diersoortpopulaties tot aanzienlijke economische schade aan land- en bosbouw en staan natuurherstel onder druk door vraatschade aan jonge aanplant. Het NKF verzamelt gegevens over de aard en omvang van deze schade, en ontwikkelt kennis over effectieve en proportionele preventieve maatregelen.
  3. Verkeersveiligheid;
    Aanrijdingen met wilde dieren zorgen jaarlijks voor duizenden verkeersongevallen. Met data-analyse, hotspotmapping en adviezen over preventieve inrichting van de openbare ruimte helpt het NKF om risico’s te verlagen en mensenlevens te beschermen.

Diergezondheid en volksgezondheid;
Wilde dieren kunnen drager zijn van ziekten die een risico vormen voor de gezondheid van mens en dier, zoals Afrikaanse varkenspest of vogelgriep. Het NKF volgt de ontwikkeling van dergelijke risico’s op de voet, werkt samen met veterinaire experts en biedt kennis om verspreiding van ziekten via diersoortpopulaties tijdig te signaleren en te beheersen.

1.2. Onderzoek door het NKF


Het NKF heeft recent een aantal onderzoeken uitgevoerd, waarvan de resultaten te
vinden zijn op de website Faunabeheer.nl
In dit document treft u de samenvatting van deze onderzoeken.


2. Onderzoek Staat van Instandhouding Wolf, een meta-analyse naar

aanleiding van een WUR-rapport door Ottenburg et al 2025.

Recent verscheen een onderzoeksrapport van Wageningen University Research over de wolf in Nederland, wat leidde tot kritische reacties, waaronder die van de staatssecretaris. In Nederland ontbreekt het aan de nodige praktische ervaring met wilde wolven. Noord-Amerikaanse, Canadese en Russische ecologen hebben daarentegen veel kennis over wolven. Geist2 bekritiseert het op dit moment veel gehoorde narratief waarin de wolf ongevaarlijk wordt beschouwd. In werkelijkheid kunnen wolven gevaarlijk zijn voor mensen en dieren, en ziekten verspreiden. Dit aspect wordt vaak genegeerd in beleidskeuzes. Het WUR-rapport kijkt voornamelijk vanuit een ecologisch perspectief naar de wolf en neemt andere maatschappelijke aspecten nadrukkelijk niet mee. Het rapport beschrijft het juridisch kader voor de instandhouding van diersoorten, maar mist een grondige juridische analyse. Het rapport gebruikt modellen om de geschiktheid van leefgebieden voor wolven te voorspellen, maar deze modellen hebben zwaktes en hoge onzekerheden. De habitatgeschiktheidsindex (HSI) speelt een belangrijke rol bij de voorspelling van de geschiktheid van leefgebieden voor wolven. Het WUR-rapport gebruikt een Duits model en het LARCH-model om de geschiktheid van Nederlandse habitats te beoordelen. Deze modellen hebben echter beperkingen en hoge onzekerheden, wat de betrouwbaarheid van de resultaten sterk vermindert. Neutraliteit en transparantie zijn essentieel voor acceptatie van onderzoeksresultaten. Het WUR-rapport mist expliciete reflectie op de onzekerheden en bronnen van de resultaten. De staatssecretaris heeft het rapport als "niet bruikbaar" gekwalificeerd voor beleidsvorming. De herintroductie van de wolf in Nederland heeft geleid tot meer wolf-mens conflicten en beïnvloedt het landschap. Er is zeker behoefte aan wetenschappelijk onderbouwd faunabeheer, maar het WUR-rapport draagt bij aan misvattingen door gebrek aan kritisch wetenschappelijk bewijs en hoge onzekerheden in de onderzoeksmethoden.3


3. Onderzoek Moeflons in Het Nationale Park De Hoge Veluwe, Dilemma’s bij

de bescherming van de moeflonpopulatie in Het Nationale Park De Hoge
Veluwe

Het Nationale Park De Hoge Veluwe vormt een uniek, omrasterd cultuurlandschap waarin natuur, cultuur en architectuur vanaf het begin van de 20e eeuw bewust als één Gesamtkunstwerk zijn ontworpen. De introductie van de moeflon door de familie Kröller-Müller maakt sinds 1921 onlosmakelijk deel uit van dit ontwerp en geldt inmiddels als levend historisch erfgoed en belangrijke drager van ecosysteemdiensten, toerisme en recreatie.
Ecologisch is de moeflon op De Hoge Veluwe van cruciale betekenis voor het in stand houden van diverse open, voedselarme habitattypen, waaronder stuifzandheiden (H2310), actieve zandverstuivingen (H2330) en heischrale graslanden (H6230*). Het park herbergt en zeer substantieel deel van de totale oppervlakte van deze habitattypen binnen de Veluwe, waar het park circa 6% vanuit maakt: voor heischrale graslanden gaat het om circa 58%, voor zandverstuivingen om 38% en voor stuifzandheiden om 15% van de Veluwe-oppervlakte. Deze habitattypen en de mede hieraan gebonden vogelsoorten (o.a. draaihals, tapuit, grauwe klauwier, boomleeuwerik, nachtzwaluw) zijn Natura-2000-doelen waarvoor Nederland en specifiek de Veluwe een bijzondere verantwoordelijkheid draagt.
De moeflon onderscheidt zich van andere grote grazers door zijn voedselkeuze, in het bijzonder de consumptie van jong opschot van Grove den. Daarmee voorkomt de diersoort het versneld dichtgroeien van open heide- en stuifzandcomplexen onder invloed van stikstofdepositie. Mechanische maatregelen (plaggen, chopperen, branden, maaien) en inzet van andere grazers kunnen deze functie slechts ten dele en tegen hoge kosten overnemen en vormen geen volwaardig alternatief voor de basisbegrazing door moeflons.
Met de terugkeer van de wolf op de Veluwe is echter een acute bedreiging ontstaan voor de moeflonpopulatie binnen het volledig omrasterde Park. Deze rasters  werden door de Provincie Gelderland als afdoende bescherming gezien tegen pogingen van wolven om binnen te dringen (Van den Brink 2022 4 ). In 2021 zijn desondanks één en later twee wolven binnen het Park terechtgekomen, mogelijk niet door natuurlijke dispersie. Het niet sterk ontwikkelde antipredatorgedrag van de moeflon maakt deze diersoort extreem kwetsbaar voor wolvenpredatie in laagland-situaties. Daarbij is bovendien vaak sprake van zogenaamde ‘surplus killing’, een gedragspatroon waarbij wolven veel meer prooien doden dan nodig is voor hun metabole behoefte. Dit fenomeen treedt niet op in situaties waarin hun prooidieren zich  effectief verdedigen of kunnen vluchten.
Binnen nog geen anderhalf jaar daalde het aantal vrijlevende moeflons in het Park van 339 naar 0 dieren! Het Park is er wel in geslaagd om tijdig nog een 30-tal te vangen. Onder de huidige bedreigingsstatus kunnen deze dieren hun unieke en essentiële graas- en browsefunctie niet meer uitvoeren. Het verdwijnen van de moeflon zal daarom op korte termijn leiden tot versneld dichtgroeien en kwaliteitsverlies van de genoemde habitattypen, waardoor het evident is dat de instandhoudingsdoelen van Natura-2000 op de Veluwe in gevaar komen. Alternatieve beheervormen kunnen deze achteruitgang volgens de uitgevoerde analyses niet tijdig en niet volledig compenseren.
Nationaal Park De Hoge Veluwe heeft na aanvallen op in het park verblijvende gasten
verschillende pogingen gedaan om een als probleem-wolf aangewezen dier te verwijderen, maar ook ter bescherming van de in het park levende wilde dierpopulaties, waaronder de moeflons neemt de roep om beheermaatregelen toe zeker nu de de reeds genomen en eerder genoemde beheermaatregelen niet voldoende effectief zijn gebleken. Juridisch is de situatie complex. Op 8 mei 2025 heeft het Europees Parlement de beschermingsstatus van de wolf in de EU aangepast van ‘strikt beschermd’ naar ‘beschermd’, in overeenstemming met het
Verdrag van Bern. Dit betekent dat de beschermingsstatus van de wolf op dit moment hetzelfde is van veel andere diersoorten zoals het edelhert, reeën en wilde zwijnen.
Tegelijkertijd vloeien uit de Habitatrichtlijn, Natura-2000-aanwijzing en de Bern-conventie verplichtingen voort om de kwaliteit van habitats en populaties van andere soorten, op een gunstig niveau te houden. Het Verdrag van Bern erkent wilde flora en fauna expliciet als cultureel erfgoed en verplicht staten om populaties op een niveau te houden dat recht doet aan ecologische, wetenschappelijke én culturele vereisten.
De wijziging van de Europese beschermingsstatus is overigens nog niet verwerkt in de nationale regelgeving. Een daartoe strekkend ontwerpbesluit is in procedure gebracht.
Voorts is op nationaal niveau een discussie gaande over de kwalificatie van de moeflon als exoot versus (mogelijk) inheemse soort, mede naar aanleiding van een motie van de Tweede Kamer en het daaruit voortvloeiende juridische adviestraject over de beschermingsstatus van de moeflon. Tegelijkertijd wordt de moeflon in de literatuur omschreven als “een zeldzaam wild huisdier”, wat de hybride positie tussen gehouden en wild dier illustreert. Deze duale status werkt door in de juridische afweging: de moeflon is tegelijk onderdeel van historisch erfgoed alsmede beheerd wild. Het is onwaarschijnlijk dat de moeflon in Nederland de status van wilde diersoort, dat wil zeggen beschermde soort onder internationale verdragen, zal worden (zie advies van L Boerema et.al 2025 aan de Staatssecretaris van min. LVVN, zie ook https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-1231953.pdf).
Eerdere juridische studies en buitenlandse voorbeelden (o.a. Wolfsverordnung Brandenburg, Wolfsmanagementplan Brandenburg) laten zien dat zelfs toen de wolf nog strikte bescherming genoot, uitzonderingen op de bescherming van de wolf mogelijk waren, onder meer ter voorkoming van ernstige schade of ter bescherming van andere zwaarwegende natuur- of erfgoedbelangen. Inmiddels geldt deze strikte bescherming niet meer, en zou de wolf beheerd kunnen worden mits de staat van instandhouding in het leefgebied van de wolf gunstig blijft (voor de toepassing van de Habitatsrichtlijn zou daarbij uitgegaan moeten worden van West- en Midden-Europa, daar dit als een aaneengesloten leefgebied kan worden beschouwd, met voldoende uitwisseling tussen de verschillende roedels om genetische varieteit te behouden).
In deze context wordt in dit rapport, dat voortbouwt op eerder onderzoek zoals dat van Van den Brink (Van den Brink 2022 5 ) en Boerema et al. (Boerema et al. 2025 6 ), betoogd dat, binnen de specifieke en uitzonderlijke omstandigheden van het omrasterde Gesamtkunstwerk De Hoge Veluwe, gericht afvangen dan wel doden van wolven binnen het Nationaal Park De Hoge Veluwe ecologisch, cultuur-historisch én juridisch verdedigbaar kan zijn, mits:

  1. helder wordt aangetoond dat
    a) geen volwaardig alternatief bestaat voor moeflonbegrazing;
    b) afwezigheid van predatie noodzakelijk is om Natura-2000-doelen te halen;
    c) andere preventieve maatregelen (technische rasters, verjaging, verplaatsing wolven)
    niet doeltreffend of niet uitvoerbaar zijn.
  2. een strikte procedure met onafhankelijke monitoring, proportionaliteits- en
    subsidiariteitstoets wordt gevolgd.
  3. de maatregel beperkt blijft tot het omrasterde Nationaal Park De Hoge Veluwe en is
    ingebed in het landelijke en provinciale wolvenbeleid.

De aanbevelingen zijn erop gericht om beleidsmatig ruimte te creëren voor selectief afvangen en, waar nodig, doden van wolven binnen de rasters van Nationaal Park De Hoge Veluwe, met behoud van de bescherming van de soort in het overige, open Veluwse landschap.

4. Onderzoek Ecologische effecten van de wolf op reewild in de provincie
Utrecht, Een kwantitatieve en kwalitatieve analyse

Dit onderzoek analyseert de effecten van de recente vestiging van de wolf (Canis lupus) op de reeënpopulatie (Capreolus capreolus) in de provincie Utrecht in de periode 2023–2026. In tegenstelling tot de Veluwe ontbreken in Utrecht alternatieve grote prooidieren zoals edelhert (Cervus elaphus) en wild zwijn (Sus scrofa), waardoor wordt verwacht dat reeën de belangrijkste natuurlijke prooisoort zijn. Op basis van telgegevens uit twee wildbeheereenheden (WBE Lage Vuursche en WBE De Schaffelaar), verzameld in opdracht van de Faunabeheereenheid Utrecht, en een enquête onder 45 reewildbeheerders wordt zowel de populatieontwikkeling als eventuele door wolven geïnduceerde gedragsverandering onderzocht.

Ondanks een duidelijke toename van wolvenactiviteit en aanvallen op landbouwhuisdieren in de regio tonen de reetellingen een stabiele tot licht groeiende reeënpopulatie; in enkele telgebieden wordt zelfs een toename van >16–25% vastgesteld. Een eenvoudig populatiemodel suggereert dat predatie door wolven in de onderzochte gebieden een beperkte bijdrage levert aan de totale sterfte (orde van grootte 6%) en het populatiebeheer door afschot niet vervangt. De geslachts- en leeftijdsopbouw van de populatie blijft in de onderzoeksperiode nagenoeg onveranderd.

De enquête bevestigt dit beeld: beheerders signaleren geen afname van de reewildstand, maar wel duidelijke gedragsveranderingen. Reeën worden overdag minder vaak waargenomen, maken meer gebruik van dekking, zijn vaker nachtactief en vertonen kleinere sprongen, terwijl nachtelijke waarnemingen met warmtebeeldapparatuur toenemen. De resultaten ondersteunen niet de aanname dat gevestigde wolven op korte termijn tot een aantoonbare reductie van de reeënpopulatie leiden, maar wijzen vooral op veranderend gedrag en terreingebruik. Tegen de achtergrond van de juridische bescherming van de wolf en de noodzaak van reebeheer vanuit onder meer verkeersveiligheid, suggereren de resultaten dat de
veronderstelde faunabeheerrol van de wolf vooralsnog niet door de beschikbare gegevens wordt gedragen. Langdurige monitoring en replicatie in vergelijkbare gebieden (zoals Drenthe) zijn nodig om de ecologische en beheerrelevante betekenis van de wolf in het Nederlandse cultuurlandschap robuust te kunnen beoordelen.

1 Zie www.faunabeheer.nl
2 Geist, V: Science and Scholarship Abused, and the Counter-Productive “Conservation” of Wolves in North America and Europe Proc. 27th Vertebr. Pest Conf. (R. M. Timm and R. A. Baldwin, Eds.) Published at Univ. of Calif., Davis. 2016. Pp. 34-37. en Geist, V.  2007.  An American wolf pack turns Russian.  Appendix B pp. 195-197 in:Graves, W. N.  Wolves in Russia: Anxiety through the Ages. Detselig Enterprises Ltd., Calgary, AB, Canada.
3 Ottburg, F.G.W.A., D.R. Lammertsma, J. Mergeay, A. Trouwborst, H.A.H. Jansman, M. van Eupen, Gunstige referentiewaarden voor de wolf in Nederland, Populatieomvang en verspreidingsgebied volgens de Habitatrichtlijn, september 2025, Rapport 3458, ISSN 1566-7197, https://edepot.wur.nl/690748
4 Van den Brink, D. B. (Bob). (2022). Instandhouding Natura-2000-doelen Het Nationale Park De Hoge Veluwe, en de rol van de moeflon. Boerema & Van den Brink B.V.
5 Van den Brink, H. 2022. Ecologische rol van de moeflon in Nederlandse heidelandschappen. Stichting Faunabeheer.
6 https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2026D02131